Het vinden van werk via het internet is – behalve open deur – een groot (gemeen)goed: de afstand tussen werkgever en kandidaat is op het eerste gezicht kleiner dan ooit. Het online plaatsen van de vacature is een fluitje van een cent en het vinden ervan eigenlijk idem dito. Er is tenslotte een hausse aan vacaturesites die vaak dezelfde vacatures voorschotelen – hoewel de wijze waarop wel erg uiteen kan lopen, maar daar komen we nog een keertje op terug.
Voor werkgevers en hun vazallen, de headhunters & uitzendbureaus, lijkt het ook een stuk gemakkelijker geworden. Menig kandidaat zet zijn of haar doopceel al dan niet bewust vol in de digitale schijnwerpers; er zal toch geen werkgever meer zijn die een kandidaat uitnodigt voor hij een blik geworpen heeft op het LinkedInprofiel van de aanstaande medewerker. En met een beetje meer inspanning is er vaak nog veel meer over de persoonlijke interesses van deez’ en gene te vinden. Van de sportclub tot politieke overtuiging, van de aanbieding op Marktplaats.nl tot allerhande welgemeende zieleroerselen; het is steeds eenvoudiger te weten wat er in huis gehaald gaat worden.
Gelukkig is het vaak ook andersom: alvorens te gaan solliciteren is het uiterst plezant – om niet te zeggen amusant – om toch ook iets meer te weten van uw toekomstige baas en geloof me: menig chef heeft net als u een boeiend digitaal bestaan!
Momenteel begeleid ik ook een aantal herintreders. Sommige daarvan staan mijlenver van die verwarrende en soms bedreigende virtuele wereld – soms tot het ontroerende aan toe: digitale onschuld raakt mijn cynische cyberhart gelukkig nog steeds. Maar ik maak er korte metten mee en binnen een paar sessies zijn het volleerde twitteraars, mengen zij zich op discussies op de LinkedIn-fora en bloggen zij dat het een lieve lust is. Het vervuld mij met trots om de twitterstromen op gang te zien komen, maar het leukste is natuurlijk te merken wanneer daar weer een abrupt einde aan komt: men heeft een baan en geen tijd meer voor de digitale flauwekul!